Natuurbeleving in Beeld

Fotografie & Tekst: MASJA PRINSEN

Ik voel nattigheid…

Het is een prachtige ochtend, en des te mooier is het dat ik weer mee mag met een vrijwilligersgroep van Natuurmonumenten. Deze keer gaan we naar de Tondense heide, een vrij jong natuurgebied, waar we knotwilgen gaan snoeien en natuurlijk wordt meteen het snoeiafval afgevoerd.

Het gebied is nog niet zo bekend, en wordt vooral bezocht door mensen uit de directe omgeving of door natuurliefhebbers die iets speciaals zoeken. Met een beetje geluk vind je hier de zeldzame en bijzondere Knoflookpadden. Er zijn ook veel vogels te vinden, en het is dan ook een veel bezocht gebied door vogelaars.

Van die vogels hebben we vandaag niet veel gehoord of gezien. Buiten het lawaai van de motorzagen, zijn we veelste druk met het verslepen van het snoeiafval, enorm lange en soms dikke wilgentakken. De wilgen staan momenteel vrij ruim onder water, ik zak er tot aan mijn knieeen in, wat het slepen best zwaar maakt. Ik ben erg blij met mijn laarzen, die het water tegenhouden zodat ik droge voeten houd.

Ondanks het zware werk,  is het heerlijk om buiten bezig te zijn en je hoofd leeg te maken. De sfeer is heerlijk ontspannen, er wordt veel gelachen. Enkele vrijwilligers maken foto’s van de ploeterende werkers, en hopen op zijn minst dat er iemand een nat pak haalt. Maar helaas, dat gebeurd niet, wat gezien de verborgen hindernissen onder water best verrassend is. Naarmate de vermoeidheid toeneemt kom je die hindernissen steeds vaker tegen. Rustig aan is dan het motto, jammer genoeg voor de fotografen houdt iedereen het droog.

Aan het einde van de ochtend is het verschil enorm. Er is hard gewerkt en dat geeft een goed gevoel. Na een wel verdiend bekertje warme soep is het tijd om terug te gaan naar de Modderkolk, de thuisbasis van Natuurmonumenten Oost-Veluwe. We zijn moe maar voldaan….

Verder Bericht

Vorige Bericht

Laat een reactie achter

© 2015- Masja Prinsen – Natuurbeleving in Beeld

facebook | Twitter | 500px | Werk aan de muur

error: Fotos & Teksten © Masja Prinsen